Geboren en getogen in Vlaardingen, in de Holy. Na mijn middelbare schooltijd op ’t Groen vertrok ik naar Breda om fysiotherapie te studeren. Na mijn studie keerde ik terug naar Vlaardingen, de stad waar mijn hart ligt. Ik turnde fanatiek, was actief bij scouting en kocht mijn eerste eigen huis aan het Mendelssohnplein. Inmiddels ben ik getrouwd, moeder van twee dochters en woon ik weer in de Holy.
Zeventien jaar werkte ik als fysiotherapeut in het Zonnehuis en was ook voorzitter van de ondernemingsraad. Dat werk heeft mij gevormd: goed luisteren, analyseren en verder kijken dan de klacht alleen. Begin 2025 maakte ik de overstap naar de gemeente Westland, waar ik nu werkzaam ben als bestuursadviseur.
Sinds 2018 ben ik raadslid en sinds 2019 fractievoorzitter. Ik ben geen specialist op één dossier, maar een allrounder. Juist door onderwerpen in samenhang te bekijken en belangen tegen elkaar af te wegen, ontstaan oplossingen die werken op de lange termijn. Dat vraagt soms om lastige keuzes, maar wel keuzes die Vlaardingen verder helpen.
Politiek is ook realistisch zijn. Geld kan maar één keer worden uitgegeven en niet alles kan tegelijk. De Tweede Kamer heeft de laatste jaren veel zaken naar gemeentes toegeschoven zonder de financiën daarbij te leveren. Vlaardingen is geen pinautomaat. Alleen taken met knaken. Vooral op gebied van jeugdzorg zal er geld vanuit Den Haag moeten komen.
Vlaardingen moet financieel gezond blijven, want alleen dan kan er geïnvesteerd worden in de stad: in goede schoolgebouwen, veilige wegen en nette straten. Het buitenzwembad is daar een mooi voorbeeld van, een echte aanwinst. Ook de binnenstad verdient investering, met bereikbaarheid en voldoende parkeermogelijkheden als harde randvoorwaarden. De binnenstad is het waard om in te investeren; doen we dat nu niet, dan wordt het een wijkwinkelcentrum.
De afgelopen jaren is het gelukt de OZB gelijk te houden. Voor de komende jaren is het belangrijk dat deze omlaag gaat. De OZB in Vlaardingen is fors in vergelijking met andere gemeenten en dat raakt inwoners direct.
Goed luisteren naar wat er leeft in de stad vind ik essentieel. Niet alleen naar mensen die hun weg naar het stadhuis weten te vinden, maar juist ook naar de ‘gewone’ Vlaardinger. Mensen die dagelijks ervaren wat goed gaat en wat beter kan, maar niet naar het stadhuis komen.
Vlaardingen heeft een dorpse identiteit, maar kampt tegelijkertijd met grootstedelijke problematiek, zoals ondermijning en criminaliteit. Dat vraagt om een stevige aanpak. Veiligheid en leefbaarheid staan onder druk en daarom zijn extra BOA’s nodig om zichtbaar aanwezig te zijn in de wijken. De zorgen in Vlaardingen zijn groot, zó groot dat de stad een AZC niet aan kan.
Op het gebied van wonen is het uitgangspunt helder: woningen voor iedereen, met de juiste woningen op de juiste plek, zodat wijken weer in balans komen. Dat betekent aandacht voor starters, gezinnen en ouderen, met onder andere woonzorgconcepten en betaalbare starterswoningen. Doorstroming moet op gang worden gebracht, zodat bestaande woningen beter benut worden. Woningen die nu aan arbeidsmigranten worden verhuurd, moeten weer terug naar de reguliere woningmarkt.
De afgelopen jaren is stevig beleid ingezet, zoals de huisvestingsverordening, de opkoopbescherming en het toewijzen van 50% van de sociale huurwoningen aan Vlaardingers. Daarnaast zal maximaal ingezet worden op de Rotterdamwet, om de leefbaarheid en veiligheid in wijken te beschermen en overlast tegen te gaan.
Zo werken we stap voor stap aan sterke, veilige en evenwichtige wijken voor de toekomst.
